ECLI:NL:CRVB:2016:1672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
Appellante diende een aanvraag om bijstand in en gaf een adres op als hoofdverblijf. Het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst voerde nader onderzoek uit vanwege onregelmatigheden in haar bankmutaties en vond bij een huisbezoek nauwelijks persoonlijke eigendommen en geen koelkast in de woning. Appellante verklaarde deels bij haar zus te verblijven vanwege psychische problemen.
Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij haar hoofdverblijf op het opgegeven adres had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het ontbreken van persoonlijke eigendommen, post en administratie, en het niet aannemelijk maken van verklaringen voldoende grond vormden voor de afwijzing.
Appellante voerde aan dat het huisbezoekverslag onjuist was, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad stelde dat het verslag rechtsgeldig was opgemaakt en ondertekend. Het motief van appellante om niet altijd op het adres te verblijven was irrelevant voor de beoordeling van het hoofdverblijf. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat het hoofdverblijf niet aannemelijk is gemaakt.