ECLI:NL:CRVB:2016:1673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde geldtransacties
Appellante ontving sinds 2004 bijstand en voerde tussen 2006 en 2012 meerdere verdachte geldtransacties uit zonder deze te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college stelde op basis van een rapport vast dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden en herzag de bijstand over diverse maanden, waarna het een bedrag van ruim €25.000 terugvorderde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij onvoldoende bewijs had geleverd dat het geld niet als inkomen moest worden beschouwd en dat zij op de hoogte had moeten zijn van haar meldingsplicht. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door taalproblemen de toelichting niet had kunnen lezen en dat het voor haar niet duidelijk was dat de transacties invloed hadden op haar recht op bijstand.
De Raad oordeelt dat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het oordeel van de rechtbank onjuist maken. Bovendien had zij hulp kunnen zoeken bij het vertalen van de toelichting. Gezien de omvang en frequentie van de transacties had het voor appellante duidelijk moeten zijn dat deze van belang waren voor haar bijstandsrecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand bevestigd.