ECLI:NL:CRVB:2016:1674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens weigering concreet werkaanbod tuinbouwmedewerker
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was gehouden arbeidsverplichtingen na te komen. Op 24 en 30 mei 2013 vonden gesprekken plaats met een potentiële werkgever en betrokken werkbegeleiders over een functie als tuinbouwmedewerker snijbonen. Uit de verslagen bleek dat appellant had aangegeven binnen twee maanden te remigreren en de functie niet geschikt vond. Ondanks pogingen van de werkgever om appellant te overtuigen, weigerde hij het aanbod vanwege zijn remigratieplannen.
Het college legde op grond van deze weigering een maatregel op waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd voor de duur van één maand. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het werkaanbod concreet en algemeen geaccepteerd was en dat appellant dit terecht had geweigerd. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt vast dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat de gespreksverslagen onjuist zijn.
De Raad overweegt dat de verklaring van appellant over de groeifase van de snijbonen niet geloofwaardig is en dat de werkgever heeft bevestigd dat werkzaamheden gedurende de gehele teelt nodig zijn. De weigering van appellant om het werkaanbod te aanvaarden is daarmee terecht vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt met 100% verlaagd voor één maand wegens weigering van een concreet werkaanbod.