ECLI:NL:CRVB:2016:1675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag wegens onterecht opvragen WW-einddatum
Appellant ontving tot 1 augustus 2014 een WW-uitkering en vroeg op 4 augustus 2014 bijstand aan. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet het besluit over het einde van de WW-uitkering had overgelegd, ondanks een verzoek daartoe. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college ten onrechte het WW-besluit heeft opgevraagd, aangezien de einddatum van de WW-uitkering via Suwinet beschikbaar en betrouwbaar was. Het college had geen gegronde reden om aan die gegevens te twijfelen. De toepasselijke regelgeving geeft aan dat gegevens die via Suwinet beschikbaar zijn niet van de belanghebbende mogen worden gevraagd.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het college wordt opgedragen een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen op het bezwaar tegen het besluit van 2 oktober 2014. De Raad wijst de vergoeding van het betaalde griffierecht toe.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling stellen wordt vernietigd; het college moet een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen.