ECLI:NL:CRVB:2016:1686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als machine-operator en na beëindiging van zijn dienstverband aangewezen voor een WW-uitkering. Hij meldde zich met terugwerkende kracht ziek per 24 augustus 2012 wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek door verzekeringsartsen vast dat appellant geschikt was zijn eigen werk te verrichten vanaf die datum en wees de Ziektewet-uitkering af.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ernstige psychische klachten had, onder meer een depressieve stoornis, en dat hij door taalproblemen en een flauwvalincident niet adequaat kon communiceren met de verzekeringsarts. Hij overhandigde medische stukken van een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en een medicijnenoverzicht ter onderbouwing.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen op de hoogte waren van de klachten. De overgelegde medische informatie gaf geen aanleiding tot twijfel aan het oordeel dat appellant geschikt was om te werken. De psychische klachten waren niet aantoonbaar ernstig genoeg op de relevante datum. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Ziektewet-uitkering bevestigd.