Betrokkene volgde in het schooljaar 2011-2012 een vwo- en havo-opleiding binnen het voortgezet algemeen volwassenonderwijs (vavo). De Minister van Onderwijs herzag de toegekende tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, omdat betrokkene niet voltijds was ingeschreven.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond wegens onvoldoende motivering van de Minister, en beval een nieuwe beslissing. De Minister nam een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard, onder verwijzing naar studielastgegevens die aantonen dat de klokurennorm van 650 uur niet werd gehaald.
Betrokkene voerde aan dat ook steunlessen en andere onderwijsactiviteiten meetellen, waardoor de norm wel gehaald zou zijn. De Raad onderzocht dit en concludeerde dat, ondanks extra uren, de norm van 650 klokuren niet werd gehaald. Het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard en de Minister werd veroordeeld in de proceskosten.