ECLI:NL:CRVB:2016:1712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medisch onderzoek en recht op ziekengeld na herbeoordeling
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich in 2010 ziek wegens fysieke klachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 29 februari 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en bood haar een WW-uitkering aan. Na een nieuwe ziekmelding in april 2013 en meerdere medische onderzoeken concludeerde een bedrijfsarts dat appellante vanaf 24 januari 2014 geschikt was voor passende functies.
Het UWV besloot daarop het recht op ziekengeld per die datum te beëindigen. Appellante maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar belastbaarheid werd overschat, mede vanwege een internist-klinisch immunoloog rapport. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wegens energetische beperkingen niet acht uur per dag kon werken en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische situatie. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, alle klachten waren meegewogen en dat er geen nieuwe medische informatie was die het standpunt van het UWV ondermijnde.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV dat appellante geen recht meer had op ziekengeld vanaf 24 januari 2014. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld per 24 januari 2014 wordt bevestigd.