ECLI:NL:CRVB:2016:1715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening bij intrekking bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand vanaf september 2010, maar woonde sinds augustus 2010 niet meer op het bij het college bekende uitkeringsadres. Het college stelde een onderzoek in en trok de bijstand in, met terugvordering van onterecht ontvangen bedragen.
Het bezwaar tegen deze intrekking werd niet binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend en door het college niet-ontvankelijk verklaard. Appellant voerde aan dat het besluit niet correct was bekendgemaakt omdat het naar een adres werd gestuurd waarvan het college wist dat hij daar niet meer woonde.
De Raad oordeelde dat appellant zelf verantwoordelijk was voor het doorgeven van zijn adreswijziging en dat hij zelfs na telefonisch contact in april 2013 had aangegeven post op het oude adres te kunnen ontvangen. Hierdoor was het besluit op juiste wijze bekendgemaakt en was de termijnoverschrijding verwijtbaar.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening.