ECLI:NL:CRVB:2016:1716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens alimentatie-inkomsten en terugvordering
Appellante ontvangt sinds 2010 bijstand als alleenstaande ouder. Het college stelde vast dat haar ex-partner een gezamenlijke schuld afbetaalt waarvan het deel van appellante als alimentatie moet worden gezien. Het college herzag daarom de bijstand en vorderde een bedrag terug.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het bezwaar wel tijdig was ingediend en dat het college dit ten onrechte niet-ontvankelijk verklaarde.
De Raad beoordeelt inhoudelijk dat appellante redelijkerwijs kon beschikken over de alimentatie-inkomsten, ondanks dat deze via de ouders van haar ex-partner werden betaald. Appellante heeft haar wettelijke inlichtingenplicht geschonden door deze inkomsten niet te melden, waardoor zij te veel bijstand ontving. Het college was bevoegd tot herziening en terugvordering.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en verklaart het bezwaar tegen de herzieningsbesluiten ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening en korting van de bijstand wordt ongegrond verklaard en het beroep gegrond verklaard.