Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor woonlasten, maar het college wees dit af vanwege zijn financiële situatie, waaronder een ontslagvergoeding van ruim €55.000 netto en aanvullingen op zijn uitkering tot oktober 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Raad toetste of de woonlasten voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden en concludeerde dat appellant had kunnen reserveren voor deze kosten gezien zijn inkomen en de kennis van toekomstige onzekerheid.
De stelling dat de ontslagvergoeding was besteed aan woningverbouwing en opleiding overtuigde niet, mede omdat het inkomen daarnaast hoger was dan de bijstandsnorm. Het college had terecht geen bijzondere bijstand toegekend. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woonlasten wordt bevestigd vanwege voldoende inkomen en hoge ontslagvergoeding.