ECLI:NL:CRVB:2016:1736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- M.T. Boerlage
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim bij politieambtenaar
Appellante was sinds 1996 in dienst bij de politie en werd ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Dit ontslag volgde op een intern onderzoek naar haar omgang met personen uit het criminele milieu, het bewaren van grote geldbedragen waarvan zij de herkomst niet onderzocht, en het verrichten van werkzaamheden voor een café dat bekend staat om criminele bezoekers.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, waarbij zij oordeelde dat appellante wist of had moeten weten dat het geld mogelijk niet legaal was verkregen en dat haar omgang met criminele personen onaanvaardbaar was. Ook het verlenen van medewerking aan het overschrijven van een auto met het rijbewijs van een derde werd als plichtsverzuim aangemerkt.
Appellante voerde onder meer aan dat zij niet nauw betrokken was bij het privéleven van haar vriend en dat sommige gedragingen geen werkzaamheden waren, maar deze verweren werden door de rechtbank en de Raad verworpen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en de integriteitseisen aan politieambtenaren.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van de politieambtenaar wegens zeer ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.