ECLI:NL:CRVB:2016:1749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens onvoldoende medische onderbouwing van ongeschiktheid
Appellant, voormalig engineer elektronica, meldde zich ziek wegens longklachten en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat hij per 18 november 2013 geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde het recht op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij hij zich beroept op psychische klachten ondersteund door verklaringen van zijn psychiater.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft appellant psychisch onderzocht en kon geen mentale beperkingen objectiveren. Ondanks kennis van concentratieproblemen en depressieve klachten, concludeerde de arts dat appellant cognitief in staat was zijn werk te verrichten. De psychiater gaf aan dat werk niet ziekmakend is en dat herstel juist bevorderd wordt door werkhervatting.
De Raad oordeelt dat er geen nieuwe medische informatie is die een ernstiger medische toestand aantoont dan door de verzekeringsarts is vastgesteld. Het standpunt van de verzekeringsarts is inzichtelijk en gemotiveerd, en het UWV heeft op goede gronden het recht op ziekengeld beëindigd. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 18 november 2013.