ECLI:NL:CRVB:2016:1752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, die sinds 2000 arbeidsongeschikt is vanwege de ziekte van Bechterew, ontving een WAO-uitkering en werkte daarna tijdelijk als manager. Na ziekmelding in 2012 stelde het UWV vast dat appellant per 26 augustus 2013 geen recht meer had op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij ook medische stukken van de huisarts werden meegewogen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn stelling dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij psychische klachten had, waaronder ADHD. De Raad toetste het medisch onderzoek en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige psychopathologie op de datum van het besluit. De nieuwe ziekmelding in november 2013 leidde niet tot een andere beoordeling van de situatie op 26 augustus 2013.
De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.