ECLI:NL:CRVB:2016:1753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die door het UWV is afgewezen na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij volledig arbeidsongeschikt is en dat haar klachten sinds haar jeugd aanwezig zijn en verergerd zijn. De Raad overwoog dat op grond van de Wet Wajong bij een laattijdige aanvraag geen recht bestaat op arbeids- en inkomensondersteuning als de betrokkene op het moment dat de ondersteuning kan ingaan niet arbeidsongeschikt is.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de beperkingen in de FML correct waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante de geselecteerde functies kan verrichten. Gezien deze feiten werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant geschikt is voor de geselecteerde functies.