Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de schade af.
- bevestigt de aangevallen uitspraak.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, van Zweedse nationaliteit, was van 2007 tot 2009 werkzaam bij een Nederlandse werkgever en meldde zich ziek met hand-, arm- en later psychische klachten. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering in 2011 stelde het UWV in 2012 vast dat appellant recht had op een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%.
Na bezwaar en beroep werd aanvullend medisch onderzoek verricht, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en specialisten, waarbij de diagnose PTSS en andere psychische klachten werden besproken. Appellant weigerde mee te werken aan een psychiatrische expertise. Het UWV handhaafde het besluit op basis van een zorgvuldige medische onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onder meer over de betrouwbaarheid van de Nederlandse deskundigen en het gewicht van Zweedse medische rapporten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV en de rechtbank de medische informatie zorgvuldig hadden gewogen, ook die uit Zweden, en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering en vervolguitkering wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.