ECLI:NL:CRVB:2016:1762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding studieschuld op grond van hardheidsclausule Wsf 2000
Appellante heeft bij de minister verzocht om kwijtschelding van haar studieschuld, maar dit verzoek werd afgewezen omdat haar situatie niet voldeed aan de in de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) opgenomen criteria voor kwijtschelding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van de minister. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische klachten en het niet behalen van haar diploma een bijzondere situatie vormden die kwijtschelding rechtvaardigde.
De Raad overwoog dat de Wsf 2000 alleen kwijtschelding kent bij het einde van de aflosfase of overlijden, en dat het beleid van de minister op grond van de hardheidsclausule slechts vier categorieën kent waarin kwijtschelding kan worden verleend, waaronder terminale ziekte, langdurig coma, psychiatrische opname met uitzichtloze situatie en ernstige geestelijke handicap.
Uit de medische gegevens en adviezen bleek dat appellante niet binnen deze categorieën viel en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot kwijtschelding van de studieschuld wordt afgewezen.