ECLI:NL:CRVB:2016:1778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken onverwijlde spoed bij intrekking Ziektewet-uitkering
Verzoeker, voormalig coördinator bezorging huis-aan-huisbladen, ontving een Ziektewet-uitkering na uitval wegens epilepsie. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast, waarop het UWV de uitkering introk. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, maar zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond.
In afwachting van de definitieve uitspraak vroeg verzoeker een voorlopige voorziening om het intrekken van het ziekengeld te voorkomen, stellende dat hij hierdoor niet meer in zijn primaire levensbehoeften kon voorzien. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat ondanks de verslechterde financiële situatie geen sprake was van een onhoudbare situatie, mede gelet op het inkomen van verzoekers echtgenote.
De voorzieningenrechter concludeerde dat niet was voldaan aan de vereiste van onverwijlde spoed zoals bedoeld in artikel 8:81 Awb Pro, zodat het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.