ECLI:NL:CRVB:2016:1790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde beperkingen appellant
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hij op 12 juni 2013 meer arbeidsongeschikt was dan door het UWV vastgesteld en dat zijn klachten en beperkingen onderschat waren. De rechtbank had reeds geoordeeld dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de door appellant overgelegde rapporten, waaronder die van verzekeringsarts R. Hollander en het behandelplan van de forensische kliniek Kairos, onvoldoende onderbouwing boden om het oordeel van het UWV te wijzigen. De aanwezigheid van een depressie was niet medisch onderbouwd en de psychische klachten waren door het UWV in de FML meegenomen.
Ook de door het UWV gehanteerde voorbeeldfuncties werden als medisch geschikt voor appellant beoordeeld. De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en bevestigde de aangevallen uitspraak. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.