ECLI:NL:CRVB:2016:1798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 12 mei 2014 een aanvraag om bijstand in. Het college verzocht hem meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften en bewijsstukken, met een uiterste inleverdatum van 2 juni 2014. Appellant stelde de stukken op 31 mei 2014 te hebben ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het college stelde de aanvraag daarop buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij de stukken tijdig had ingeleverd en dat zijn psychische gesteldheid hem belemmerde. De Raad oordeelde dat de datum van ontvangst leidend is en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de stukken tijdig heeft ingediend. Ook was niet gebleken dat zijn casemanager op de hoogte was van zijn psychische beperkingen die hem zouden verhinderen de stukken tijdig te overleggen.
De Raad concludeerde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te laten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens.