ECLI:NL:CRVB:2016:1799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.M.H. van de Ven
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde op geld waardeerbare optredens
Appellante en de erven van [C] ontvingen bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem startte een onderzoek nadat een melding binnenkwam dat [C] inkomsten uit de muziekbranche zou genieten. Uit het onderzoek en een gesprek bleek dat [C] optredens verzorgde, waarbij hij geen directe vergoeding ontving, maar wel voordelen zoals gratis drankjes. Het college besloot de bijstand op te schorten en later in te trekken wegens het niet melden van deze op geld waardeerbare activiteiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten deels gegrond voor de periode voorafgaand aan de opschorting, maar bevestigde de intrekking vanaf 11 juni 2014. In hoger beroep betoogden appellanten dat de optredens geen op geld waardeerbare activiteiten waren en dat zij mochten vertrouwen op een meldplicht alleen bij vergoeding.
De Centrale Raad oordeelde dat de optredens, gelet op de aard en de mogelijkheid tot vergoeding via een commercieel bedrijf, wel degelijk op geld waardeerbare activiteiten zijn. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en verklaarde het beroep tegen het nader besluit ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet gemelde op geld waardeerbare optredens wordt bevestigd.