ECLI:NL:CRVB:2016:18
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens tijdige betaling griffierecht
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Limburg, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht. Appellant heeft hiertegen verzet gedaan. Na beoordeling van het verzet heeft de Raad geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest met de betaling van het griffierecht. Hierdoor is het verzet gegrond verklaard en vervallen de eerdere uitspraken van 23 september 2014.
De zaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond voordat de niet-ontvankelijkverklaring werd uitgesproken. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 januari 2016.
Deze uitspraak betreft een procedure in het bestuursrecht, specifiek op het terrein van de sociale zekerheidswetgeving, waarbij de formele vereisten voor het instellen van hoger beroep en de betaling van griffierecht centraal stonden.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht komt te vervallen.