ECLI:NL:CRVB:2016:18

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 januari 2016
Publicatiedatum
7 januari 2016
Zaaknummer
14-441 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens tijdige betaling griffierecht

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Limburg, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht. Appellant heeft hiertegen verzet gedaan. Na beoordeling van het verzet heeft de Raad geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest met de betaling van het griffierecht. Hierdoor is het verzet gegrond verklaard en vervallen de eerdere uitspraken van 23 september 2014.

De zaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond voordat de niet-ontvankelijkverklaring werd uitgesproken. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 januari 2016.

Deze uitspraak betreft een procedure in het bestuursrecht, specifiek op het terrein van de sociale zekerheidswetgeving, waarbij de formele vereisten voor het instellen van hoger beroep en de betaling van griffierecht centraal stonden.

Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht komt te vervallen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 januari 2016
14/441 WWB-V, 14/444 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Limburg van
11 december 2013, 12/1126 en 11/1769 (aangevallen uitspraken)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Bij uitspraken als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 23 september 2014 heeft de Raad het namens appellant door
mr. A.C.S. Grégoire, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraken
niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mr. Grégoire verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraken van de Raad van 23 september 2014 berusten op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet is, mede gelet op de uitspraken van de Raad van 13 februari 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:282, 283 en 284), gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest.
Het verzet is gegrond.
Dit betekent dat de uitspraken van de Raad van 23 september 2014 vervallen en dat de hoger beroepen worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2016.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) J.A. Achterberg

UM