Uitspraak
26 februari 2015, 14/10319 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB vanaf februari 2013. Na een IB-signaal stelde de gemeente Den Haag vast dat appellant in oktober 2013 werkzaamheden verrichtte en €404,39 verdiende, welke inkomsten niet schriftelijk waren opgegeven.
Het college herzag de bijstand over oktober 2013 en vorderde het bedrag van €404,39 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij telefonisch had gemeld te werken en dat een deel van de betalingen na de periode in geding was ontvangen.
De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting niet was nageleefd omdat de inkomsten niet schriftelijk waren gemeld. De terugvordering was terecht, omdat de betalingen weliswaar later plaatsvonden, maar betrekking hadden op werkzaamheden in de periode in geding. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand over oktober 2013 wegens niet opgegeven inkomsten.