ECLI:NL:CRVB:2016:181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet verschijnen op gesprekken
Appellant heeft op 25 februari 2014 een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De Dienst Werk en Inkomen (DWI) van Amsterdam heeft appellant uitgenodigd voor twee gesprekken op 25 en 27 maart 2014, waarop appellant zonder bericht van verhindering niet is verschenen. Het college van burgemeester en wethouders heeft daarop de aanvraag afgewezen omdat appellant niet voldeed aan zijn medewerkingsverplichting en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat hij ziek was en daarom niet op het tweede gesprek kon verschijnen, en dat het college ten onrechte de aanvraag had afgewezen op basis van het niet verschijnen op twee gesprekken zonder een wettelijke grondslag of uitnodiging voor een derde gesprek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt ziek te zijn geweest op de datum van het tweede gesprek. Omdat appellant niet is verschenen op beide gesprekken om zijn financiële situatie toe te lichten, heeft hij zijn medewerkingsplicht geschonden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was het college terecht bevoegd de aanvraag af te wijzen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens het niet verschijnen op twee verplichte gesprekken zonder geldige reden.