ECLI:NL:CRVB:2016:1818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwing bij Wmo-hulpverlening
Appellante was op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in aanmerking gebracht voor hulp in het huishouden voor 4 uur per week vanaf 16 oktober 2010. Dit besluit werd bij een herziening op 1 februari 2013 gewijzigd, waardoor zij vanaf 16 februari 2013 minder uren hulp kreeg toegekend, namelijk 1 uur en 45 minuten per week.
Appellante maakte bezwaar tegen deze vermindering, maar het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroepen het besluit van 1 februari 2013. Echter, het verzoek om schadevergoeding dat appellante had ingediend wegens de vermeende extra gemaakte kosten voor huishoudelijke hulp werd door de rechtbank afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij extra kosten heeft moeten maken door de vermindering van de hulpuren, en zij kondigde aan een specificatie van deze kosten te zullen indienen. Deze specificatie is echter nooit ingediend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde daarom dat het verzoek om schadevergoeding onvoldoende was onderbouwd en wees het verzoek af. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank voor zover het verzoek om schadevergoeding betreft en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.