ECLI:NL:CRVB:2016:1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering te veel ontvangen Wuv-uitkering na toekenning Anw-uitkering
Appellante, gelijkgesteld met een vervolgingsslachtoffer op grond van de Wuv, ontving een periodieke uitkering. Na het overlijden van haar echtgenoot in 2009 vroeg zij een nabestaandenuitkering (Anw) aan, die aanvankelijk werd afgewezen vanwege te hoge inkomsten. In 2014 werd deze beslissing herzien en werd de Anw-uitkering met terugwerkende kracht toegekend, met een nabetaling van ruim €41.996 netto.
Verweerder stelde daarop de Wuv-uitkering per 1 december 2009 opnieuw vast en legde een terugvordering op van ruim €45.929. Het bezwaar van appellante tegen deze terugvordering werd ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de herziening en terugvordering op grond van artikel 59 Wuv Pro rechtsgeldig waren, omdat de daadwerkelijke betaling van de Anw-uitkering vanaf 2009 een nieuwe bron van inkomsten vormde die tot herziening leidde. Het feit dat appellante al aanspraak had op de Anw-uitkering was onvoldoende zonder daadwerkelijke betaling. De terugvordering was bovendien wettelijk verplicht en passend gelet op de omstandigheden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van te veel ontvangen Wuv-uitkering na toekenning van een Anw-uitkering wordt ongegrond verklaard.