ECLI:NL:CRVB:2016:1857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- P. Vrolijk
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als kok, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na diverse medische herbeoordelingen en een heupoperatie werd in 2011 vastgesteld dat haar beperkingen waren afgenomen, waarna het UWV besloot haar uitkering per 6 december 2011 in te trekken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Appellante maakte bezwaar en stelde zich volledig arbeidsongeschikt door lichamelijke en psychische klachten, waaronder concentratieproblemen en angst. Na aanvullend onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd het bezwaar deels gegrond verklaard, maar het UWV trok de uitkering alsnog in per 4 juni 2012 omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens nieuwe functies onder de 15% bleef.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek ondeugdelijk was en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de functies passend waren bij haar belastbaarheid en opleidingsniveau.
De Raad wees de beroepsgrond af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering stand hield. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.