Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als test engineer, meldde zich op 27 januari 2011 ziek wegens psychische klachten. Na afloop van de wachttijd stelde het UWV vast dat hij per 16 februari 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een WIA-uitkering. Op 11 februari 2014 meldde appellant zich opnieuw ziek met lichamelijke klachten na een val. Het UWV besloot op 11 april 2014 dat appellant per 7 april 2014 geen recht meer had op ziekengeld. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn schouderklachten zwaardere beperkingen veroorzaakten, waardoor functies als productiemedewerker textiel niet geschikt zouden zijn. Hij overhandigde medische stukken ter onderbouwing. De verzekeringsarts bezwaar en beroep voerde een dossieronderzoek uit, inclusief een lichamelijk onderzoek en overleg met specialisten. De arts concludeerde dat appellant beperkt was in het zijwaarts heffen van de rechterarm, maar geschikt bleef voor de genoemde functies omdat boven schouderhoogte werken incidenteel was en met de linkerarm kon worden uitgevoerd.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de medische informatie van de neuroloog geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Appellant bracht geen nieuwe medische informatie in die het standpunt van de verzekeringsarts kon weerleggen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld per 7 april 2014 wordt bevestigd als beëindigd.