ECLI:NL:CRVB:2016:188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeids- en re-integratieverplichtingen voor vijf jaar
Appellant ontvangt sinds september 2010 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kampt met fysieke en psychische beperkingen. Het dagelijks bestuur verleende eerder ontheffing van arbeids- en re-integratieverplichtingen voor beperkte periodes, gebaseerd op medische adviezen.
Bij besluit van 24 oktober 2013 werd appellant ontheffing verleend van de verplichting zich in te schrijven bij UWV, maar een verzoek tot verlenging of wijzigering van de ontheffing werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het medisch advies geen volledige arbeidsongeschiktheid aantoonde en de ontheffingstermijn van twee jaar redelijk was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat op basis van medische informatie en het ontbreken van reële arbeidsmogelijkheden een definitieve of minimaal vijfjarige ontheffing had moeten worden verleend, mede vanwege het belang van gezinshereniging.
De Raad oordeelt dat bijstandsverlening gericht is op het stimuleren van arbeidsinschakeling en dat ontheffing zonder tijdsbepaling of voor vijf jaar in strijd is met de doelstellingen van de WWB. Het medisch advies ondersteunt geen volledige ontheffing en het belang bij gezinshereniging verandert dit niet. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om appellant definitief of voor minimaal vijf jaar ontheffing te verlenen van arbeids- en re-integratieverplichtingen.