ECLI:NL:CRVB:2016:1884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding terugvordering bijstand wegens niet voldoen aan aflossingsvoorwaarden
Appellant ontvangt sinds 2002 bijstand en werd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam geconfronteerd met terugvorderingen wegens ten onrechte ontvangen bijstand over meerdere periodes in 2002 tot 2004. Het college vorderde deze bedragen terug omdat appellant inkomsten uit arbeid niet had gemeld, wat leidde tot correcties en terugvorderingen.
Appellant verzocht in 2014 om kwijtschelding van de openstaande vordering, maar het college wees dit verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de beleidsvoorwaarde van tien jaar volledige aflossing op de vordering. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de terugvorderingen niet als fraudevorderingen mochten worden aangemerkt, waardoor een kortere termijn van vijf jaar zou gelden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de terugvorderingen terecht zijn gebaseerd op het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, en dat de termijn van tien jaar van toepassing is. Het hoger beroep faalde en de eerdere uitspraak werd bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de terugvordering bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de aflossingsvoorwaarden.