ECLI:NL:CRVB:2017:1429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar functioneringsgesprek en personeelsdossier
Appellant, werkzaam als ambtenaar, maakte bezwaar tegen het opnemen van een functioneringsgesprekverslag en zijn reactie daarop in zijn personeelsdossier, alsmede tegen het voeren van voortgangsgesprekken en het geven van inzicht in zijn tijdsbesteding. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat deze handelingen geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overwoog dat functioneringsgesprekken en het opnemen van verslagen in personeelsdossiers normale sturingsmiddelen zijn binnen de ambtelijke verhoudingen en geen rechtsgevolgen hebben die de rechtspositie van appellant raken. Ook het voeren van voortgangsgesprekken en het verstrekken van informatie over tijdsbesteding zijn geen besluiten of daarmee gelijkgestelde handelingen.
Appellant voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder vermeende vooringenomenheid van de rechtbank en het niet tijdig indienen van het verweerschrift, maar deze werden verworpen. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het opnemen van het functioneringsgesprekverslag en het voeren van voortgangsgesprekken is terecht niet-ontvankelijk verklaard.