ECLI:NL:CRVB:2016:1887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- P. Vrolijk
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Herstelkansen onvoldoende gemotiveerd; werkneemster had recht op IVA-uitkering vanaf 26 december 2013
Werkneemster, met langdurige psychische klachten en een arbeidsongeschiktheid van 100%, ontving aanvankelijk een WGA-uitkering. Het UWV stelde dat verbetering van haar belastbaarheid te verwachten was door begeleiding en behandeling, waardoor een IVA-uitkering niet gerechtvaardigd was. Appellante betwistte dit en stelde dat de situatie medisch stabiel was en herstel vrijwel uitgesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat verbetering van de belastbaarheid binnen een jaar of daarna te verwachten was. De medische dossiers tonen aan dat intensieve therapieën niet het beoogde resultaat hadden en dat de huidige begeleiding geen concrete kans op herstel bood.
Gezien het stabiele ziekteverloop en het feit dat de werkneemster vanaf 15 maart 2015 wel een IVA-uitkering ontving, concludeert de Raad dat het UWV ten onrechte niet eerder een IVA-uitkering toekende. Het besluit van 14 november 2013 wordt vernietigd en het recht op IVA-uitkering wordt met terugwerkende kracht vastgesteld vanaf 26 december 2013.
De Raad veroordeelt het UWV tevens tot vergoeding van de proceskosten van appellante en vergoedt het betaalde griffierecht. Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat nog niet vaststaat dat appellante schade heeft geleden.
Uitkomst: Werkneemster heeft recht op een IVA-uitkering vanaf 26 december 2013 wegens onvoldoende gemotiveerde verwachting van herstel door het UWV.