ECLI:NL:CRVB:2016:1892
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig ingediend hoger beroepschrift in AOW-zaken
De zaak betreft een verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hoger beroepschrift. Appellant stelde dat hij de uitspraak pas op 5 januari 2015 had ontvangen en binnen zes weken hoger beroep had ingesteld, en dat het onrechtvaardig was om de verzenddatum als startpunt te hanteren vanwege mogelijke vertragingen in de post.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant in het verzet geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot de conclusie dat sprake was van geen verzuim. De Raad benadrukte dat in de aangevallen uitspraak duidelijk stond vermeld dat het hoger beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak moest worden ingesteld, en dat appellant de uitspraak niet op een zodanig laat tijdstip had ontvangen dat tijdig hoger beroep redelijkerwijs niet meer mogelijk was.
De Raad verklaarde het verzet daarom ongegrond en wees een veroordeling in de proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 mei 2016.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hoger beroepschrift.