ECLI:NL:CRVB:2016:1918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Een werkneemster viel wegens chronische rugklachten uit en vroeg een WIA-uitkering aan. Het Uwv legde een loonsanctie op aan de werkgever vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen, met name in het tweede spoor. De werkgever ging in bezwaar en beroep, maar de rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de werkgever ten onrechte uitging van een urenbeperking van tien uur per week inclusief reistijd, terwijl de verzekeringsarts twintig uur per week als belastbaar achtte.
De Raad benadrukte dat de werkgever niet mocht afgaan op het advies van de bedrijfsarts zonder nadere onderbouwing en dat de arbeidsovereenkomst waarin een beperkt arbeidspatroon was afgesproken niet leidend is voor re-integratie-inspanningen. De werkgever had niet onderzocht of het redelijk was dat de werkneemster in een ander arbeidspatroon zou werken, wat een tekortkoming is.
De beleidsregels poortwachter en relevante wetsartikelen werden toegepast om te toetsen of de werkgever en werknemer in redelijkheid tot de verrichte re-integratie-inspanningen konden komen. De Raad concludeerde dat de loonsanctie terecht is opgelegd en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.