ECLI:NL:CRVB:2016:1949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op gba-adres
Appellante ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten vanaf 1 april 2012. Na een controle op 2 december 2013 bleek zij niet daadwerkelijk op haar geregistreerde adres te wonen. De minister herzag daarop de studiefinanciering en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de minister voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante niet op haar adres woonde, mede op basis van een huisbezoekrapport en ov-reisgegevens. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het bed op de foto wel van haar was, dat zij tijdens het telefoongesprek overvallen was en dat de rechtbank ten onrechte bewijsstukken negeerde.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond de verklaringen van appellante en de hoofdbewoonster niet aannemelijk anders dan dat appellante niet op het adres woonde. Ook de ov-reisgegevens ondersteunden dit niet. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.