ECLI:NL:CRVB:2016:1968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs kasstortingen en onduidelijke financiële situatie
Appellante diende op 7 januari 2014 een aanvraag om bijstand in. Uit haar bankafschriften bleek dat zij in de maanden voorafgaand en tijdens de aanvraagperiode diverse kasstortingen ontving, maar zij kon de herkomst daarvan niet met verifieerbare bewijsstukken aantonen.
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees de aanvraag af omdat de financiële situatie van appellante onduidelijk bleef. Appellante overhandigde verklaringen van haar moeder, maar deze waren inconsistent en onvoldoende concreet om de kasstortingen te verklaren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante niet aan haar inlichtingenverplichting had voldaan, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit zonder toewijzing van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter G.M.G. Hink op 31 mei 2016.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de herkomst van kasstortingen en niet-naleving van de inlichtingenplicht.