ECLI:NL:RBDHA:2022:5948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht financiële situatie voorafgaand aan aanvraag
Eiser diende op 6 april 2020 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand voor inrichtingskosten van zijn woning. Verweerder weigerde deze aanvragen omdat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn inkomens- en vermogenspositie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Eiser stelde dat er vanaf april 2020 geen stortingen waren en dat de bijstand dus toegekend had moeten worden. Hij gaf ook uitleg over de periode oktober 2019 tot maart 2020, waarin hij betalingen via Western Union ontving. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens had verstrekt over de herkomst en bestemming van de bijschrijvingen en stortingen op zijn bankrekening.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de contante stortingen op zijn bankrekening overeenkwamen met de via Western Union ontvangen bedragen. Hierdoor was eiser tekortgeschoten in de nakoming van zijn inlichtingenverplichting op grond van de Participatiewet. Verweerder heeft de aanvragen terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvragen om bijstand en bijzondere bijstand worden afgewezen.