Uitspraak
OVERWEGINGEN
4.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de korpschef appellant in redelijkheid over de periode van 1 november 2010 tot en met 31 december 2012 heeft kunnen beoordelen. Dat een andere periode ook mogelijk was geweest doet er niet aan af dat de keuze zoals die door de korpschef is gemaakt houdbaar en in overeenstemming is met de Interim uitvoeringsregeling gesprekkencyclus politie [politieregio] . Anders dan appellant betoogt wordt hij niet benadeeld doordat pas later uitvoering is gegeven aan het loopbaanbeleid. De beoordelingsperiode start immers op de ingangsdatum van dat loopbaanbeleid.