ECLI:NL:CRVB:2016:1990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2007 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die door het UWV werd afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. In 2013 diende appellant een nieuwe aanvraag in, opgevat als verzoek tot herziening van het eerdere besluit, maar het UWV wees dit af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangetoond.
Appellant maakte bezwaar en stelde in beroep dat zijn beperkingen ernstig waren onderschat en dat hij niet in staat was tot fulltime arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat appellant geen nieuwe medische feiten heeft aangeleverd die zien op de oorspronkelijke beoordelingsdatum in 2007 en dat bewijsstukken die na de bezwaarfase zijn ingediend buiten beschouwing moeten blijven.
Voorts oordeelt de Raad dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering op grond van de wetgeving, omdat hij op het einde van de wachttijd geschikt was voor arbeid. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om terug te komen op het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.