ECLI:NL:CRVB:2016:2
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet aannemelijk hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellant heeft een aanvraag om bijstand ingediend met als hoofdverblijfadres het adres van zijn broer en schoonzus. Een huisbezoek en gesprekken brachten aan het licht dat appellant regelmatig elders verbleef en dat er weinig persoonlijke spullen van hem op het uitkeringsadres aanwezig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel op het uitkeringsadres woonde, maar de Raad oordeelde dat hij dit niet aannemelijk had gemaakt. De verklaringen van de broer en het huisbezoekrapport ondersteunden het standpunt van het college.
De Raad benadrukte dat de aanvrager de feiten omtrent zijn woonadres aannemelijk moet maken en dat het college niet verplicht is tot verder onderzoek indien de aanvrager niet voldoet aan zijn informatieplicht. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet aannemelijk maken van het hoofdverblijf op het uitkeringsadres wordt bevestigd.