ECLI:NL:CRVB:2016:2000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke premie en broninhouding zonder beslagvrije voet
Appellante is door VGZ Zorgverzekeraar aangemeld als wanbetaler, waardoor zij een bestuursrechtelijke premie verschuldigd is. Het Zorginstituut heeft besloten deze premie volledig via broninhouding op haar inkomen te innen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het Zorginstituut ongegrond verklaard en door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep heeft appellante haar bezwaren herhaald en aangevoerd dat de registratie bij het Bureau Kredietregistratie (BKR) haar nadelige gevolgen heeft gebracht. De Raad oordeelt echter dat dit buiten de reikwijdte van het geding valt en niet in deze uitspraak wordt meegenomen.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het Zorginstituut niet gehouden is rekening te houden met de beslagvrije voet bij broninhouding van de bestuursrechtelijke premie en dat bezwaar tegen de hoogte of verschuldigdheid van deze premie niet mogelijk is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.