ECLI:NL:CRVB:2016:2025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
Appellant ontvangt sinds oktober 2010 bijstand op grond van de WWB. Het college stelde na onderzoek vast dat appellant in 2013 meerdere kasstortingen op zijn bankrekening had gedaan zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt.
Het college trok de bijstand over mei 2013 in en herzag de bijstand over april en september 2013, waarbij het de niet-gemelde stortingen als inkomen op de bijstand in mindering bracht. Appellant voerde aan dat het eigen geld betrof, dat hij had opgenomen, uitgeleend en teruggestort, maar gaf wisselende verklaringen en leverde geen verifieerbare bewijsstukken.
De Raad oordeelde dat appellant door het niet melden van de stortingen het college de mogelijkheid ontnam om de rechtmatigheid van de bijstand te beoordelen en dat de stortingen terecht als inkomen werden aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.