ECLI:NL:CRVB:2016:2027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melding op geld waardeerbare werkzaamheden als snorder
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf september 2010. Naar aanleiding van een melding van de politie dat appellant als snorder (illegale taxichauffeur) actief was, voerde de Sociale Recherche een onderzoek uit. Dit leidde tot een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden om de bijstand over de periode februari 2011 tot januari 2012 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn werkzaamheden hobbymatig waren of vriendendiensten betrof, en dat hij geen inlichtingenplicht had geschonden. De Raad oordeelde echter dat de werkzaamheden van appellant, gezien de aard, omvang, duur en het terugkerend karakter, op geld waardeerbare activiteiten waren. Dit werd ondersteund door politiegegevens, getuigenverklaringen en een waarschuwing van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
De Raad concludeerde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat deze activiteiten van invloed waren op zijn recht op bijstand en dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden door deze niet te melden. Hierdoor kon het college de bijstand terecht intrekken en terugvorderen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens het niet melden van op geld waardeerbare werkzaamheden als snorder.