ECLI:NL:CRVB:2016:2029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- P. Vrolijk
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering onverschuldigde WIA-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 17 februari 2010 een WIA-uitkering die het UWV later introk en terugvorderde wegens onjuiste informatieverstrekking en schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant redelijkerwijs rekening had moeten houden met herziening van de uitkering.
Appellant betwistte de intrekking en stelde arbeidsongeschikt te zijn vanaf de datum van toekenning, ondersteund door medische rapporten. Hij verzocht ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het UWV handhaafde haar standpunt op basis van verzekeringsartsrapporten.
De Raad concludeerde dat appellant de verzekeringsarts onjuist had geïnformeerd en dat op basis van medische gegevens vaststond dat appellant op de ingangsdatum van de uitkering in staat was tot arbeid. Het door appellant ingebrachte rapport gaf onvoldoende aanleiding tot herziening. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV tot intrekking en terugvordering van de WIA-uitkering met terugwerkende kracht. Er werd geen aanleiding gezien voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige of het toekennen van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WIA-uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht zonder dringende redenen voor afzien van terugvordering.