ECLI:NL:CRVB:2016:2034
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp op grond van Wuv
Appellant, een vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om uitbreiding van zijn vergoeding voor huishoudelijke hulp van één naar twee dagdelen per week. Verweerder weigerde dit op grond dat appellant nog lichte huishoudelijke werkzaamheden kan verrichten.
De Raad heeft het beleid van verweerder bevestigd dat een vergoeding voor twee dagdelen per week alleen wordt toegekend indien sprake is van medische beperkingen waardoor lichte huishoudelijke werkzaamheden niet meer mogelijk zijn, of bij combinatie van psychische aandoeningen met (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag. Uit medisch advies en sociaal rapport blijkt dat appellant nog licht huishoudelijk werk verricht, zoals afstoffen, opruimen en boodschappen doen.
Hoewel appellant stelde dat zijn klachten zijn toegenomen na het bestreden besluit, is dit onvoldoende om het besluit te wijzigen. De Raad benadrukt dat appellant bij toename van beperkingen opnieuw een verzoek kan indienen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering tot uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.