Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Aan appellant zijn in de loop der tijd verschillende voorzieningen toegekend.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een tweede-generatieslachtoffer, ontvangt een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Hoewel de psychische klachten en adipositas van appellant in verband worden gebracht met de vervolgingsgevolgen van zijn ouders, wordt dit verband niet erkend voor zijn voetklachten en hypertensie.
Na eerdere procedures waarbij appellant een uitbreiding van huishoudelijke hulp werd toegekend, verzocht appellant in februari 2015 om vergoeding voor semi-orthopedische schoenen. Dit verzoek werd afgewezen omdat de voetklachten volgens verweerder te ver verwijderd zijn van de vervolgingsgevolgen.
De Raad baseert zich op medische adviezen die aangeven dat de voetklachten afgeleid zijn van de adipositas, welke zelf een afgeleide aandoening is van psychische klachten. Hierdoor is het verband met de vervolgingsgevolgen te indirect om vergoeding toe te kennen. Appellant heeft geen nieuwe medische gegevens overgelegd die dit oordeel onderbouwen.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor semi-orthopedische schoenen wordt afgewezen.