ECLI:NL:CRVB:2016:2038
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen afwijzing vergoeding psychotherapeutische kosten Wubo
Appellante, erkend als vervolgde onder de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), kreeg haar aanspraken omgezet naar de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij ontving toeslagen en vergoedingen voor psychische en psychosomatische klachten gerelateerd aan oorlogsinvaliditeit.
Verweerder vergoedde aanvankelijk kosten van psychotherapeutische behandeling, maar stelde dat verdere behandelingen eerst bij de zorgverzekeraar moesten worden gedeclareerd. Appellante verzocht alsnog vergoeding van kosten die door de zorgverzekeraar niet werden vergoed, maar dit werd afgewezen omdat de wettelijke regeling vereist dat eerst de zorgverzekeraar wordt benaderd.
In beroep stelde appellante dat de declaratieprocedure bij het Gemeenschappelijk Stelsel van Ziektekostenverzekering (GSZV) administratieve rompslomp en vertragingen veroorzaakt, waardoor zij onredelijk wordt belast. De Raad oordeelde dat deze administratieve lasten geen gegronde reden vormen om af te wijken van de wettelijke verplichting om eerst bij de zorgverzekeraar te declareren. Dit geldt ook omdat deze werkwijze niet specifiek is voor de Wubo en ook bij haar eerdere Wuv-aanspraken zou gelden.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het afwijzende besluit tot vergoeding van psychotherapeutische kosten wordt ongegrond verklaard.