ECLI:NL:CRVB:2016:2040
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toeslagen op grond van de Wubo
Appellante, geboren in 1930, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij baseerde haar aanvraag op gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan het meemaken van bombardementen en beschietingen in Venlo en Holwierde in 1944-1945, en het overlijden van haar vader bij een bombardement.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat zij geen directe betrokkenheid bij het oorlogsgeweld aannam en geen blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld werd vastgesteld. De Raad nam aan dat appellante waarschijnlijk in een schuilkelder verbleef tijdens het bombardement, en dat de vader op afstand van de woning omkwam. Ook de psychische en somatische klachten werden door medische adviseurs niet als oorlogsgerelateerd erkend.
Appellante voerde onder meer aan dat het feit dat zij in Venlo verbleef in een frontsituatie onvoldoende werd meegewogen en dat zij onterecht niet werd erkend als direct betrokken bij het bombardement. De Raad oordeelde dat de situatie van appellante verschilde van vergelijkbare gevallen en dat haar bewijs onvoldoende was om directe betrokkenheid aan te tonen.
De medische adviezen concludeerden dat de psychische klachten niet causaal samenhangen met het oorlogsgeweld, maar eerder met andere traumatische ervaringen. Ook de huisarts kon geen directe link leggen tussen de klachten en de oorlog. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep op erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en de bijbehorende uitkeringen wordt ongegrond verklaard.