ECLI:NL:CRVB:2016:2071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering op grond van psychische beperkingen die volgens hem meer waren dan vastgesteld. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek dat appellant geschikt was voor acht functies en geen recht had op een uitkering. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verwierp de bezwaren van appellant.
In hoger beroep bracht appellant aanvullende medische informatie in en stelde dat hij meer beperkingen had, waaronder slaapproblemen en een lagere belastbaarheid. Een door de Raad benoemde deskundige concludeerde dat slechts een aanvullende beperking op het gebied van het uiten van eigen gevoelens aanwezig was, maar dat de geselecteerde functies nog steeds passend waren.
De Raad volgde de deskundige en het UWV in hun standpunt dat appellant niet arbeidsongeschikt is in de zin van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. De eerdere WSW-indicatie en de door appellant aangevoerde slaapproblemen en vermoeidheid konden het oordeel niet wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.