ECLI:NL:CRVB:2016:2077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen toepassing kostendelersnorm in bijstand
Verzoeker ontvangt sinds 2002 bijstand en woont samen met zijn moeder, die AOW ontvangt. Het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland heeft de bijstand van verzoeker verlaagd door toepassing van de kostendelersnorm, waardoor hij 50% van de gehuwdennorm ontvangt. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de kostendelersnorm te schorsen en bijstand toe te kennen op het niveau van een zelfstandige alleenstaande (70% van de gehuwdennorm). Hij gaf zijn maandelijkse kosten op, waaronder kost en inwoning, zorgverzekering en autokosten, en gaf aan dat hij geen kosten deelt met zijn moeder.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker voldoende middelen heeft om in de elementaire kosten van levensonderhoud te voorzien en dat griffierechten incidentele kosten zijn waarvoor bijzondere bijstand kan worden aangevraagd. Er is geen sprake van een spoedeisend belang om de voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toepassing van de kostendelersnorm wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.