ECLI:NL:CRVB:2016:2104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing betalingsregeling wegens onvoldoende inzicht in aflossingscapaciteit
Appellanten ontvingen sinds 1993 bijstand en kregen bij besluit van 5 april 2012 de bijstand over een lange periode ingetrokken met terugvordering van ruim €234.000. Na bezwaar en eerdere uitspraken is deze terugvordering in rechte komen vast te staan.
Appellanten verzochten om een betalingsregeling van €40 per maand, onderbouwd met slechts een AOW-overzicht. Het college wees dit af vanwege onvoldoende inzicht in inkomsten en vermogen, waardoor de aflossingscapaciteit niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht uitging van het vermoeden dat appellanten meer inkomsten of vermogen hadden, maar dat de omvang daarvan onduidelijk bleef door het ontbreken van aanvullende informatie. Het betalingsvoorstel was onvoldoende onderbouwd en niet in verhouding tot de vordering.
In hoger beroep herhaalde appellanten hun standpunten, maar de Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het betalingsverzoek bevestigd.